Afhankelijk zijn van anderen voelt machteloos en eenzaam

Gerie Smit (33) was vijftien toen op oudejaarsavond de brand in café ’t Hemeltje in Volendam veertien jongeren het leven kostte en ruim tweehonderd tekende voor het leven. Gerie liep vierdegraads brandwonden op aan haar rug, armen en handen.

“De ochtend van de laatste dag van het jaar 2000 kocht ik een nieuwe outfit. Ik keek enorm uit naar de avond. Met vriendinnen zou ik naar ’t Hemeltje gaan. Ik was verliefd en wist dat ik hem die nacht daar zou zien. Wie weet kwam het er nu eindelijk wel van en zouden we zoenen.
Even na twaalven rende ik met mijn vriendinnen van de kroeg waar we de avond waren begonnen naar ’t Hemeltje. We vonden al die knallen buiten maar niks, dus wilden snel binnen zijn. Gelijk na binnenkomst zocht ik hém op. Hij stond achterin, dicht bij de plek waar de brand niet veel later zou ontstaan.
Het was even na twaalven toen ik hem eindelijk kuste. ‘Ze steken sterretjes af,’ zei hij. Dat was ook zo. Maar toen ik mij omdraaide stond het hele plafond in brand. Ik schrok en dacht alleen maar: ik móet hier wég! Ik viel op de grond en raakte buiten bewustzijn. Dat kwam doordat er maar een kleine twee meter tussen mij en het vuur zat en ik zuurstoftekort had.”

Gerie Smit - foto Mascha Jansen
Gerie Smit – foto Mascha Jansen

“Toen ik bijkwam uit coma bleken mijn vrienden al begraven”

Erger dan gedacht
“Toen ik weer bijkwam overheerste een gevoel van verwarring. Ik zag weinig door de dikke rook en wist nog net over de bar richting de uitgang te klimmen. De barman schreeuwde dat ik moest liggen, waarop ik dacht: doe eens normaal, laten we allemaal gewoon rustig naar buiten gaan. Eenmaal buiten ben ik over de dijk naar een nabijgelegen café gelopen. Binnen was het chaos. Voor mij lag een jongen met opengereten benen enorm te trillen. Hij was in shock. Zelf dacht ik prima in orde te zijn. Alleen mijn handen waren verbrand en zaten vol blaren. Ik dacht: daar zal wel wat verband omheen moeten. Daarna ga ik snel naar huis. ‘Wat was het een leuke avond hè. Alleen jammer van dit incidentje’, zei ik nog in de ambulance richting het VU medisch centrum in Amsterdam.
Pas in het ziekenhuis bleek het helemaal fout te zijn. Doordat mijn rug tot op mijn zenuwen was verbrand, voelde ik daar geen pijn meer en had ik totaal niet in de gaten hoe erg ik er aan toe was. Het laatste wat ik me van die nacht herinner, is dat ik op het bed werd gelegd door een verpleegkundige en dat mijn kleding werd opengeknipt. Drie weken later werd ik pas weer wakker. Ze hadden me kunstmatig in coma gehouden.”

Vrienden al begraven
“Toen ik bijkwam, was ik onrustig en verward. Ik wilde alles over de ramp weten, maar veel informatie werd voor mijn eigen bestwil achtergehouden. Mijn ouders en de dokters vonden dat ik fysiek nog te zwak was voor de volledige waarheid. Uiteindelijk werd er na lang zeuren toch verteld dat er twee jongeren door de ramp waren overleden. Dit terwijl er al dertien jongeren, onder wie veel bekenden, waren begraven. Ik vond het vreselijk dat ik niet bij die begrafenissen was geweest. Ik kon er slecht tegen dat mij zo weinig werd verteld omdat ik nog te zwak zou zijn. Ik voelde me niet zwak. Ik wilde niet zielig zijn, maar met de waarheid geconfronteerd worden en daarna verder met mijn leven. Een boosheid die ik niet volledig kan verklaren overheerste tijdens mijn tijd in het ziekenhuis. Ik dacht heel sterk te zijn, maar terugkijkend op die periode vocht ik voor mijn leven.”

“‘Ik werk nu voor de stichting die mijn leven heeft gered’”

Machteloosheid
“De periode na het ziekenhuis was veel erger dan ik had gedacht. Ik kwam thuis en dacht: ik pak mijn leven weer op. Niet dus, daar kwam ik snel genoeg achter. Ik moest gedoucht worden door mijn moeder of zus en had nog erg veel pijn. Afhankelijk zijn van anderen voelt machteloos, beschamend en eenzaam. Elke dag ging ik langs de fysiotherapeut en naar school gaan zat er lange tijd niet in.
Toen ik uiteindelijk na een aantal maanden ging, was er een praatgroep voor slachtoffers van de ramp opgericht. Vreselijk vond ik dat. Ik was uitgeluld. Ik wilde weer gewoon Gerie zijn.
Pas toen ik ging studeren was ik geen brandwondenslachtoffer meer. Ik viel namelijk minder op doordat er meerdere mensen met fysieke en mentale littekens om mij heen waren. In Amsterdam was ik gewoon Gerie. Na mijn studie ging ik aan de slag als redacteur, eerst bij de krant en daarna bij de radio.
Twee jaar geleden kwam ik in contact kwam met mensen van de Nederlandse Brandwonden Stichting. Ze vroegen mij een lezing te verzorgen. Toen pas kwam ik er achter wat voor goed werk zij doen. Zij hebben mijn leven gered door geld in te zamelen voor de beste brandwondenzorg. Zonder die goede zorg had ik het niet overleefd. Ik was zo onder de indruk dat ik mijn baan als redacteur bij RTV Noord Holland heb opgezegd. Ik werk nu voor de stichting die mijn leven redde en dat voelt ontzettend goed. Door mijn verhaal te delen haal ik geld op voor prachtige projecten, zoals aquatraining. Dat is revalideren in het water, iets wat ik destijds enorm graag had gewild want het is minder pijnlijk. Hoe gaaf is het dat ik er nu mede voor zorgdraag dat mensen met brandwonden minder pijn lijden.”

Hulp aan lotgenoten
“Acht jaar geleden besloot ik mijn verhaal op te schrijven. Dat resulteerde in het boek Nieuwe Handen. Ik heb daar veel positieve reacties op gekregen en krijg die nog steeds; van mensen die ook iets vervelends hebben meegemaakt en in het ziekenhuis hebben gelegen tot scholieren die mijn boek lezen voor school. Laatst kreeg ik nog een berichtje van iemand die heel kort in mijn boek voorkomt. Hij heeft het nu pas gelezen, omdat hij het eerder niet aankon. Ik had het volgens hem ‘gepast en realistisch verwoord.’ Dat is een groot compliment van iemand die hetzelfde heeft meegemaakt.
Mij is verteld dat je nooit over een traumatische ervaring zoals de nieuwjaarsbrand heen komt. Ik weet niet zo goed of dat waar is. Mijn dagelijks leven wordt niet meer beïnvloed door de ramp, maar ik sta er nog wel vaak bij stil. Door mijn werk denk ik nog vaak aan de brand, maar heel erg veel verdriet komt daar niet meer bij kijken. Ik ben geen slachtoffer, allang niet meer. Ik ben een jonge vrouw die met zichtbare littekens door het leven moet. Door die littekens help ik nu slachtoffers, nooit gedacht dat ik dat zou doen. Mede daardoor voel ik me fantastisch.”

Tekst: Job Verberne